Informatie
De geschiedenis van Judo
Judo is een Japanse vorm van zelfverdediging, en betekent naar het Nederlands vertaald letterlijk "de zachte weg".
Dit geeft al een beetje aan dat het bij judo dus niet de bedoeling is om elkaar pijn te doen. Judo is namelijk een vorm van zelfverdediging, zonder je tegenstander pijn te hoeven doen. Hierdoor is het mogelijk om al vanaf jonge leeftijd aan judo te beginnen, kinderen leren namelijk met elkaar te stoeien zonder elkaar pijn te doen of zich te blesseren.
Judo is in 1882 "bedacht" door Jigoro Kano in Japan. Jigoro Kano was een heel klein mager jongentje, maar op een dag besloot hij dat hij net zo sterk wou worden als zijn studie-genoten. Om dit te bereiken is hij Ju-Jitsu, een oude japanse vechtsport gaan beoefenen. Al gauw was Kano net zo goed als zijn meesters en richtte hij zijn eigen sportschool op. Hier besloot hij geen Ju-Jitsu les te gaan geven maar Judo zoals hij het noemde. Kano was het namelijk opgevallen dat er bij Ju-Jitsu maar een ding belangrijk was namelijk winnen het liefst door aan te vallen. Kano vond het belangrijker dat men respect had voor elkaar, zonder tegenstander had je immers ook geen wedstrijd, het is bij Judo dan ook niet belangrijk wie er wint als je maar lekker met elkaar gestoeid hebt. Hij zag Judo meer als een manier om samen je lichaam en geest te trainen om jezelf zo te trainen tot een volmaakt mens.
Het bewijs dat Judo niet zomaar een gezellige sport was waar mensen een beetje met elkaar konden stoeien werd al in 1886 geleverd. Op een toernooi in Tokio wist de Judoclub van Kano met een score van 13 winstpartijen en 2 gelijke spelen te winnen van het sterkste Ju-Jitsuteam van hele land.
Aan het begin van de twintigste eeuw begonnen Kano en zijn leerlingen Judo te verspreiden over de hele wereld en natuurlijk was ook Nederland daarbij aan de beurt, inmiddels wordt er al meer dan 50 jaar gejudood in Nederland en zelfs vandaag nog is het een groeiend sport.
Tot slot nog de twee principes waarvan Kano vond dat ze het Judo perfect omschreven.
1. Maximum doeltreffendheid met minimale inspanning, dit houdt in dat je zoveel mogelijk moet bereiken met judo zonder zelf moe te worden, ook wel gezegd "gebruik de kracht van je tegenstander".
2. Voorspoed en algemene welzijn. Kano vond namelijk dat mensen die door Judo in evenwicht waren met zichzelf namelijk veel beter zouden kunnen bijdragen aan een gezonde en tevreden samenleving.
